Nederlands Sceptisch Centrum

Wees Wakker en Vecht Terug

 

 

 

- Beginpagina

-  voedselkwaliteit

-  Psychofarmaca

Mind control in Oost en West

Het IG-Farben Kartel

-  Wall Street en WO2

ADHD kritiek

- Foute Wetenschap

 

Het Europa waarop u niet stemde
 


Met ca. 36% was de opkomst voor de Europese verkiezingen in 2009 ca 3% lager dan de vorige keer in 2004. Reden voor het NSC om te onderzoeken wat de achterliggende reden zou kunnen zijn.

Het voorspel
Kort na de Tweede Wereldoorlog kwam een Franse topambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken tot het inzicht dat Frankrijk een periode van rust en stabiliteit nodig had. Dit gegeven, en het feit dat diverse Europese oorlogen gevoerd waren om de grens tussen Frankrijk en Duitsland te bepalen, leidde tot een voorstel om een samenwerking met Duitsland aan te gaan. En dit vooral vanwege de rechten op kolen en ijzererts die in dat grensgebied gewonnen werden. De topambtenaar kwam al lobbyend uiteindelijk bij de Franse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Schuman, terecht en bij de Duitse regeringsleider Adenauer. Beide waren geïnteresseerd in een dergelijke samenwerking. Dat was de eerste stap naar een Verenigd Europa. Het plein voor het Europese Parlement heet om die reden het Schumanplein.

Als gevolg van de overeenstemming tussen genoemde gezagsdragers in 1950, werd er in april 1951 het 'Verdrag van Parijs' getekend tussen België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, West-Duitsland en Nederland. Als onderdeel daarvan werd een jaar later in juli 1952 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Ouderen onder ons zullen zich de nieuwsberichten op de radio nog herinneren waarbij gerefereerd werd aan de “EGKS”.

Het was in eerste instantie slechts een industrieel samenwerkingsverband, maar deze samenwerking werd steeds hechter. In maart 1957 werd er door deze zes landen het ‘Verdrag van Rome’ getekend. Daarmee werd de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, opgericht zodat er nog intensiever op Europees niveau samengewerkt kon worden. Dus niet slechts op het gebied van delfstoffen, maar op veel meer onderwerpen.
 


Soevereiniteitsoverdracht
Vanaf de zestiger jaren vond er steeds meer soevereiniteitsoverdracht naar Brussel plaats. Met als gevolg dat niet meer de regeringen van de individuele landen beslisten hoe zij in hun eigen land de dingen aanpakten, maar deze beslissingen werden meer en meer door een nieuw soort regering van Europa genomen. Deze nieuwe regering  kreeg de naam Europese Gemeenschap, de EG. De E van “Economische” was dus verwijderd en andere zaken kwamen binnen het bereik van “Brussel”. Ook werden er steeds meer landen toegelaten - in 1972 kwamen Denemarken, Ierland, en het Verenigd Koninkrijk er bij.

Er werd een parlement gevormd om het geheel de schijn te geven van democratie, maar helaas heeft dit Europese Parlement in de praktijk weinig zeggenschap. Tegenwoordig bestaat het Brusselse gebeuren, de Europese Unie, uit de raad van Ministers, de Europese Commissie en het Europese Parlement. De Europese Unie die tot stand is gekomen door het “Verdrag van Maastricht” telt nu 27 lidstaten.
 


Het Europese parlement
Het Europese Parlement bestaat uit 785 leden, gekozen uit de 27 lidstaten. Helaas beslist het Europese Parlement nauwelijks hoe de dingen gaan. Het is de Europese Commissie die over het dagelijkse bestuur van Europa gaat. Wetsvoorstellen worden door deze Europese Commissie gemaakt. Ze bestaat uit 27 Europese commissarissen, één voor elke lidstaat.

De achterdochtige lezer wordt uitgenodigd om op internet te graven naar het verleden van Commissieleden. Hier volgen wat voorbeelden. De eerste President was W. H., met uitgesproken extreem rechtse sympathieën. De Italiaan, C. di P. was een belangrijke commissaris en zou een vertegenwoordiger van Mussolini’s fascistisch Italië zijn geweest. É. D. heeft een relatie met de Bilderbergers en met Big Pharma. Enzovoorts.

Verder blijkt dat het Europese Parlement er in de praktijk een zware dobber aan heeft om haar voet tussen de deur te krijgen als ze het met wetsvoorstellen van de Europese Commissie niet eens is. Zij zijn nauwelijks op de hoogte van de wetten die in voorbereiding zijn.
Naast deze drie bestuurslichamen, de Europese Unie, de Europese Commissie en het Europese Parlement, zijn er nog honderden andere instellingen van overheden zoals een Europese rekenkamer, een Europese bank, een Europese Investeringsbank, etc., etc.


De Europese commissie
Ondertussen wordt 70% van onze wetgeving niet meer door Nederland zelf gemaakt, maar in Brussel en dit geldt vanzelfsprekend ook voor alle andere lidstaten. Toen de Ieren het Verdrag van Lissabon goedkeurden, betekende dat, dat ze voor een Europese Grondwet gingen, die tot dan toe weggestemd was door Nederland, Frankrijk en door Ierland zelf. Vanaf dat moment waren alle lidstaten inclusief Nederland, hun zelfstandigheid kwijt. In zekere zin wordt het reilen en zeilen in Nederland vanaf die tijd bepaald door de Europese Commissie.

Deze Commissie is een speelbal in de lobbycircuits van grote multinationals, zoals de farmaceutische industrie. Als dergelijke grote financiële belangen in het spel zijn dan zullen de betrokken industrieën en bedrijven er alles aan doen om de wetgeving voor hen zo gunstig mogelijk te maken. Er zijn meer dan 15.000 lobbyisten in Brussel aanwezig die de grote, belangrijkste bedrijven vertegenwoordigen. Gezien de enorme bedragen die bij dit spel betrokken zijn kunnen we er zeker van zijn dat Brussel het speelveld is van toplobbyisten met een uitstekende staat van dienst.

Hun enige opdracht is om in te praten op al die Europese parlementsleden, commissarissen, enzovoorts en om contacten te leggen door het organiseren van feestjes, uitjes, bonussen, voor mensen die bij de Europese instanties werken.
 


Het vierde rijk

In de geschiedenis van Europa zijn er momenten geweest dat een enkele macht probeerde Europa onder controle te krijgen. Het Romeinse rijk was hier een van de eerste voorbeelden van, en het derde rijk kennen we nog van recent. De ondoorzichtigheid en complexiteit schept voorwaarden voor een zwak werkend democratisch proces en geeft lobbyisten van grote machtsblokken alle ruimte. Wij als NSC staan daar uiterst argwanend tegenover. En wat de EU-verkiezingen betreft: het zou dus kunnen zijn dat de bevolking intuïtief aanvoelde dat er iets schort en daarom voor de EU niet warm liep.